De afgelopen maanden was de tentoonstelling “This will not End well” van Nan Goldin te zien in het Stedelijk Museum. Nan Goldin, een bekende fotograaf, staat erom bekend slideshows te maken met specifieke thema's binnen haar fotografie. Ze is een activistische kunstenaar - haar foto's dienen als een kritieke lens op het leven in New York in de jaren ‘70. Drugs, seks, aids en genderkwesties passeren allemaal de revue.
‘The Ballad of the Sexual Dependency’ was een van deze slideshows. Deze specifieke slideshow was sterk politiek geladen, waarbij de afhankelijkheid van vrouwen ten opzichte van mannen in de samenleving in de jaren ‘70 werd benadrukt. Ik zag veel overeenkomsten met werken uit het impressionisme die ongeveer honderd jaar eerder in Parijs werden gemaakt. Destijds bekritiseerden verschillende kunstenaars al de positie van vrouwen in de stad Parijs. De slideshow van Goldin bracht me terug naar deze werken.


Nan Goldin, Ballad of sexual dependency, 1985
Het impressionisme was een kunststroming die opkwam tijdens de industriële revolutie in Frankrijk. De schilderijen weerspiegelden de veranderingen in de stad Parijs, die bruiste van leven. Treinen die het station binnenreden, het nachtleven dat tot laat doorging dankzij de uitvinding van gaslicht - de werken belichaamden de moderniteit van de stad. Er ontstond ook een nieuwe manier van schilderen - kunstenaars probeerden vluchtige sensaties van de stad en buitenwijken vast te leggen, gebruikmakend van losse penseelvoering en experimentele verftechnieken.
Helaas waren er ook negatieve consequenties aan deze moderniteit in de stad. De keerzijde van de medaille was duidelijk: de moderniteit bracht een nieuwe positie voor vrouwen in het nieuwe Parijs met zich mee. Vrouwen mochten bijvoorbeeld niet zonder hun mannen naar nachtclubs en werden beperkt tot het leven thuis.


Pierre -Auguste Renoirs, Lunch van de roeiers (1880-1881)
Vrouwelijke impressionisten maakten destijds politieke statements met hun werk om de afhankelijkheid van vrouwen te illustreren. Een voorbeeld van een vrouwelijke kunstenares die deze beperkingen doorbrak, is Cassatt: een Amerikaanse die naar Parijs kwam. Zo schilderde ze scènes van vrouwen zonder begeleiding in het openbare leven. Dit zie je terug in haar werk “At the Opera” uit 1879, waarin ze aantoonde dat vrouwen wel degelijk zonder man op pad konden gaan.

Degas toonde ook interesse in de donkere zijde van de modernisatie in de stad. Zijn werk “L'Absinthe”, waar een ongelukkige vrouw naast een man zit, is duidelijk politiek geladen en toont de afhankelijkheid van de vrouw. Dit beeld is te vergelijken met de foto's van Nan Goldin in “The Ballad of Sexual Dependency” – je ziet overeenkomsten in sfeer, de blik van de vrouw en de afhankelijkheid van de man.


Een andere kunstenaar die later in zijn carrière sterk geïnteresseerd raakte in het Parijse nachtleven en de veranderingen in sociale relaties, was Manet. Zijn werk ‘Olympia’ werd destijds als provocerend beschouwd, waarin de vrouw niet geromantiseerd naakt werd afgebeeld, maar rauw. De vrouw op het schilderij werd geportretteerd als een onafhankelijke vrouw, die haar eigen lichaam en seksualiteit beheert.


Dit is in schril contrast met de manier waarop vrouwen in die tijd werden behandeld, vooral prostituees, die vaak werden gedwongen om te werken in bordelen en werden behandeld als eigendom van mannen.
Dit beeld is te vergelijken met de foto van Lynelle van Nan Goldin. Dit werkt kent overeenkomsten: zo is Lynelle een prostituee. Het beeld is niet geromantiseerd – maar een rauw doorkijkje in het leven van deze vrouw.
We zien dus in de slideshow van Nan Goldin, die honderd jaar na het impressionisme plaatsvond, opnieuw kritiek op de positie van de vrouw. Zowel Goldins foto's als de impressionistische schilderijen laten de voortdurende strijd voor gelijkheid en vrijheid zien. Net als de impressionistische kunstenaars vangt Goldin met haar foto's de harde realiteit, met speciale aandacht voor de positie van de vrouw in de samenleving. Door Goldins foto's te vergelijken met schilderijen uit het verleden, zien we een blijvend verlangen naar verzet en vrijheid. Kunst blijft een krachtig middel om deze complexe onderwerpen te begrijpen en te belichten.
In 2007 exposeerde de 65-jarige Colombiaanse kunstenaar Doris Salcedo een buitengewone installatie in de Turbine Hall in het Tate Modern: Shibboleth - een diepe kloof die dwars door de betonnen vloer snijdt. In een stad die overweldigt, vraagt deze ruimte juist om te pauzeren en even stil te staan.


Doris Salcedo, Shibboleth. Foto: Tate Modern.
Je ziet een haarfijne scheur die uitgroeit tot een diepe, brede kloof die zich als een zwarte ader door de ruimte uitstrekt. Geen schilderijen, geen sculpturen - Salcedo creëerde juist leegte. In de enorme zaal heerst hierdoor een kille sfeer. De installatie, die de zaal in tweeën splitst, laat een rilling over je lichaam glijden. Als je beter luistert - beter voelt, wordt duidelijk dat Salcedo ons iets wil vertellen.
De naam van het werk is afkomstig uit het Oude Testament. Shibboleth verwijst naar een test die moest bepalen of mensen al dan niet tot een groep of sociale klasse behoorden. De breuklijn verbeeldt de kloof tussen de mensheid. Een kloof die we kennen als racisme, apartheid en vreemdelingenhaat. Salcedo wilde door de vloer open te breken de toeschouwer confronteren met deze ongemakkelijke waarheden over ons verleden en over onszelf.
Dus als je beter luistert – beter voelt, doemt in de stilte de echo op van de onderdrukten. Ondanks de afwezigheid van deze slachtoffers, weerspiegelt het werk hun bestaan. Vanuit de duistere kloof vinden hun diep verborgen stemmen langzaam maar zeker hun weg naar boven. Deze weerklinken tussen de muren van de Turbin Hall.
Deze symbolische betekenis van het werk is niet onverwachts van Salcedo; ze staat bekend als een politiek kunstenaar. Haar kunstenaarschap is diepgaand beïnvloed door haar achtergrond en door haar ervaringen in Colombia, een door burgeroorlog verscheurd land. Ze put uit haar eigen pijn en lijden om thema's van geweld, verlies en ontheemding aan te kaarten.
Met de quote “With my burnt hand, I write about fire” beschrijft ze hoe het voor haar is om vanuit Colombia te werken. Voor haar is dat de enige mogelijke manier van werken: niet op afstand staan, maar midden in de ‘catastrofe’, zoals zij Colombia noemt. Haar kunst weerspiegelt niet alleen de realiteit, maar ook haar diepgaande betrokkenheid. Zo omschrijft ze dat ze zich bij het maken van een werk verdiept in de slachtoffers: ze kruipt als het ware in de huid van een ander, tot ze de pijn kan voelen. Deze pijn stopt ze in haar werk. Hierdoor is haar werk krachtig: je voelt bij haar simpele installaties, in stilte, de pijn van een ander.
Salcedo creëerde in 2003 een kunstwerk in Istanbul als eerbetoon aan vluchtelingen. Hiermee uitte ze kritiek, met name op Europa, op de onmenselijke manier waarop vluchtelingen worden behandeld. In een vervallen gebouw in Istanbul heeft ze 1550 afgedankte stoelen geplaatst. Met behulp van deze lege stoelen brengt ze een eerbetoon aan oorlogsvluchtelingen. De lege stoelen zijn een weerspiegeling van de levens van mensen, samen met hun verhalen. De zielen van deze mensen zijn er nog steeds, zelfs als je ze niet kunt zien.


Zelf zegt Salcedo dat kunst machteloos is en dat ze elke keer te laat is: de slachtoffers zijn er al - haar kunstwerken kunnen deze mensenlevens niet meer redden. Maar Shibboleth kan wel waardigheid geven en vragen om ons begrip en emotie. En deze reactie kan belangrijk zijn voor iemand.
En zo blijven de levens van deze mensen voortbestaan in onze aanwezigheid. Met haar werk nodigt Salcedo je uit om je open te stellen voor de ervaringen van anderen, om niet-welkom zijn te erkennen - mensen hebben wereldwijd recht op een veilige plek. Kijk nog eens naar haar werk, hoor je de stemmen?